ODE (7)
![]() |
COLLAASH #557 - chagrijnig - asemische lezing |
Seigneur bad zij fait que j'abhorre la sottise
Que je puisse abhorrer ce qui est beau et sot
Want 'k heb alleen nog maar te kiezen
Tussen mijn deugd - mijn deugd en zo
Ik dacht 't is veel maar 't is al even weinig
Als 't leed van haar die vredig en chagrijnig
Haar leed hoog van de toren blaast
Met 't blazen van mijn leed heb ik geen haast
Maar met mijn leed zelf moet ik mij wel spoeden
Wil ik je tijdig lief met leed vergoeden
Gaston Burssens - Ode, in : Het neusje van de inktvis, 'S-Gravenhage, 1956, p. 239 e.v.
Reacties