YOENG POE TSJOENG IX
![]() |
515 - 'zijde' - Collage - A4 |
DE TUIN DER MARTELINGEN
De hooge muren zijn beplant met scherven,
Een diepe gracht gaapt voor de hooge poort.
Zoodat slechts vogel, wolken, sterren,
Zien kunnen hoe zij traag, schoon, sterven.
Hoe het bloed een wit bloembed
Omtoovert in fluweelzacht rood.
Maar ik heb toch menigen gil gehoord.
En 't kermen, zenuwsloopende muziek,
Wanneer de klokken krampverwekkend luiden,
over de leliezachte huiden
Een rilling als een rimpeling verloopt.
Dan komt de beul wel met een reigerwiek,
In bijtend zuur gedoopt
En schildert bloesems op de zijde,-
Hoe moet ik de vogels benijden!
(Anoniem)
J. Slauerhoff, Verzamelde Gedichten, ISBN 90-388-7038-8, p.475
Reacties