MATHILDE (59/72)
![]() |
466 - "tjuikt" - Collage - A4 |
LIX NACHT
't Is zomernacht. De glinsterende stoeten
Der starren wijken rondom eindloos diep;-
't Was of de stilte plechtig tot mij riep:
'Bid! op de starren rusten Godes voeten!'...
Ik weet, ik weet niet wie de wereld schiep,
Of ze is geschapen, of we aanbidden moeten,
Wat wij als leven, ziel of god begroeten,-
Of eeuwig slapen zal, wat eeuwig sliep!-
Daar tjuikt de nachtegaal zijn teeder lied,
Tevreden dat hij 't klagend lied mag zingen,-
Waarom hij zingt, dat weet de zanger niet;
Wat rusten kan, voelt zich de rust doordringen, -
Ook ik. Ik weet niet, wat ik denken moet,
Doch voel het: wie tevreden is, is goed.
Jacques Perk, Gedichten, ISBN 90351 2014 0, p.109
Reacties