MATHILDE (58/72)
![]() |
465 - "heerden" - Collage - A4 |
LVIII DE SCHEPER
Een zee van golvend purper, in verbazen
En ademloos, verstijfd - als waar zij dood -
Bij't zien van 't eindloos vlammend avondrood...
Zoo schijnt de heide, waar wie honig lazen
Met de' avondlast langs bloem en purper razen,
Om niet te keeren, voor de nacht ontvlood,-
En, scheidend houdt de delling in haar schoot
De blanke heerden, die al ruischend grazen:
De waaksche wolf, die zich geen wolf betoont,
Likt speelsch den staf en handen van den herder,
Die twintig kudden eenzaam heeft gehoed.
En met een blik, waarin de liefde woont,
Drijft hij de witgewolde wolkjes verder...
En ziet naar hen, de heide en de' avondgloed.
Jacques Perk, Gedichten, ISBN 90351 2014 0, p.108
Reacties