MATHILDE (51/72)
![]() |
463 - "worstelstrijd" - Collage - A4 |
LVI DE STROOMVAL
Gelijk wanneer men de armen strekt, en schrijdt,
En ziet, maar zonder zien, en denkt aan spoken,
- Die zijn, waar niets is en wier schaduw glijdt
In 't Niet, als iets, wat licht geeft, wordt ontstoken, -
Zoo is het nacht. Een schal klinkt wijd en zijd,
Daar waar des daags men ziet den stroomval koken,-
Een dof gegrom van bruisend rotsenstrooken
Dreunt, met het klaatren als in worstelstrijd.
En 't is of 't spattend schuim, den nacht besproeiend,
Met bleeken glimp het zwoele duister splijt...
Daar knalt de donder, 't donderen ten spijt
Des stroomvals, over kolk en afgrond loeiend-
En bij de schelle schicht, die 't zwerk doorsnijdt,
Prijkt daar de waterval in zilver gloeiend.
Jacques Perk, Gedichten, ISBN 90351 2014 0, p.105
Reacties