MATHILDE (48/72)
![]() |
455 - "ademt" - Collage - A4 |
XLVIII MANESCHIJN
De zon der nacht kwam uit de bergen klimmen,
En zoomt met zilver de afgedoolde wolken:
Het water wentelt ze in zijn blanke kolken,
En doet ze in kabbelende rimpels glimmen;
Door 't glanzend bergwoud dolen doffe schimmen,
Die, slank en trillend, bosch en berg bevolken...
De stilte alleen kan al die rust vertolken:
De nacht houdt de' adem in; de rotsen grimmen:
Aan ieder sprietje bleef een dauwdrup hangen,-
De hitte werd door de' avonddauw gevangen,
En geurt er mede uit de aard, die liefde wademt;
De mensch luikt vol genot de droomende oogen,
En 't luwtje, als liefde al zoetjes aangevlogen,
Heeft kussend hem den sluimer ingeademd...
Jacques Perk, Gedichten, ISBN 90351 2014 0, p.96
Reacties