MATHILDE (6/72)
![]() |
414 - "kammen" - Collage - A4 |
VI BEKENTENIS
De bron van warmte en licht was zacht gezonken
Op 't vergebergte en tintte d'avondstond,-
In iedre vezel waarde weelde rond,
Die met den koelen dauw werd ingedronken;
Wij doolden om: haar starende oogen blonken,
Een blijde glimlach glinsterde om haar mond,-
't Was of me aan haar geheel een leven bond...
Zij oogde naar de kim van purpervonken:
Mathilde! ik heb u lief...Zoo waar die kammen
Te morgen weêr in purper zullen vlammen,
Wordt gij bemind... Gij zijt zo godlijk schoon!...
Zij deed als een, die iets op 't hart voelt branden -
Toen sloot zij mij de lippen met de handen,
En... bloosde de avondzon heur bleeke koon?
Jacques Perk, Gedichten, ISBN 90351 2014 0, p.50
Reacties