MATHILDE (21/72)
![]() |
428 - "vlotte" - Collage - A4 |
XXI MIJMERING
Voor ik haar had gezien was dof en koud
De zomersche natuur, zoo warm en licht,-
In 't beekgeruisch hoorde ik geen stillen kout,
Voor mij was bloem noch star een zoet gedicht;
Haar lief te hebben werd mij tot een plicht,
Toen ik haar 't eerst en lang had aangeschouwd, -
Elke ademtocht was slechts aan haar gericht, -
Zij scheen me éen enkel wezen, duizendvoud:
Zij was, veelvuldig mededoogend, éen:
Een klaar verstand streek over diep gevoel,
Gelijk een vlotte beek langs bloemen heen;
Zij, waardig duizend zielen aan te biên,
Worde aan den waardigste ten levensdoel!
Ik zei vaarwel: ik zal haar wederzien.
Jacques Perk, Gedichten, ISBN 90351 2014 0, p.67
Reacties