MATHILDE (15/72)
![]() |
422 - "vervromen" - Collage - A4 |
XV AVONDZANG
Het zuidewindje suist door zwarte twijgen,
En kust het slapend dons der zangers teeder,-
De zilvren boomen wiegen heen en weder,
En doen hun schaduw met hen mede nijgen,-
Een stille zwoelte komt uit de akkers stijgen,
Een koele stilte daalt op donzen veder,-
De zilvren nachtzon sprenkelt droomen neder
En lacht van liefde in eeuwig-lachend zwijgen:
Mathilde sluimer! Zomernacht doet droomen,
En zomerdroomen zijn van manestralen,
En manestralen zijn als liefdestroomen:
De liefde doen zij uit den hemel dalen,
En dalen in de ziel, die zij vervromen:
Is liefde dwaling, kan men zoeter dwalen...?
Jacques Perk, Gedichten, ISBN 90351 2014 0, p.59
Reacties