Gnomedans

dv2017-024 - "cirkel" -collage/pastel



Gnomedans

Heinrich Campendonk gew. 


Oneindig ruiste stilte van de nachtelike bijslaap.
Overal zijnde bijslaap. Nacht adagio van de erotica.
Sterren staan schip ankervast op de bergkruin.
Blad valt op de arrde. Stille kus.
Kus geluid kind is stilte.
Wast de bijslaap klinkt de beek blinken de lippen van het water
trillen de miljoenen kussen van de sterren
de tienduizend myriameter sterke kussen.
Valt de slag van een vogel in de blinde nacht
valt weer de slag. Valt nog.

Op op op
dicht ver overal
groeien uit de aarde bloeien de baarden wast het dal.
Op op op
kiem wordt cirkel uit cirkel bloeien cirkels
bloeien bomen bouwen guirlanden gieren guirlanden bouwen zich gek.
Wentelen de aard bal cirkel wentelen de aardbal sfeer
schuiven de sfeer rollen de bal over de bergen
over de klimmende kruin
over de achtduizend meter hoogste top
op op op. Vallen. Valt de sfeer.
Maan lacht cirkel. Maan blijft
Leger tienduizend kletteren uit de kloven
kookloven diamantpassen
klimmen hijgend stijgen
goudgroeven donker dal hel licht ligt wit.
Hihi hihi cliquetis.
Warrelen wiegen dwarrelen deinen
kruisen kruisen cirkels wirrelen
bomen groeien wassen steken de sterren. Bloemen baren baren.
Klimmen stijgen nijgen klimmen stijgen.
Op op op
wallen breken vallen. Vallen knallen.
Valt knettert knal.

Ritten draven triremen timmeren de zeeen zien.
Kletsen de handen haha
hoho kloppen de blokken
fluiten als de uilen lange luide geluiden fluiten
luisteren duister de bomen.
Hihi tienduizend glimmen de lichten de wormen
waaien waaien de zwoele lichte tienduizendtal in het dal.
Flikkeren pinkelen kringen breken kringen bouwen
geboren worden horden
van geluw groen licht
lichten dansen schicht.

Schichten van licht staan roerloos
woud vermolmen olmen.
Roerloos de sterren begeren.
Begeren bewegen bestaan de stappen
kletsen de stappen klouteren de stappen klinken de stappen op op op.
De sterren willen
de wollen wolken doorboren
de sterren hebben
de sterren nemen
de gloeiende bloeiende blakende sterren
ladders tegen de bergen werpen
klimmen stijgen hijgen torens bouwen priemen in de hemelsbuik drijven
koorden leggen in de diepten van het gewelf
drijven op de melkwegen mederuisen mederuisen.
Ha de sterren! zakken vol asteroïden
nemen nemen plukke plukken maaien maaien
rooktopazen smaragden robijnen amethysten
vreemde vogels wieken weg pluimen wuiven wind.
Groot is het land waar God is. Wij hebben de sterren die het dichtst bij God zijn.
Gewassen bomen uit de buik van de aarde
wij gnomen
hebben de buik van de hemel genomen
bezoedeld hihi het kuise ruisen van de melkwegen.
Wij. Verrekt het nachtelike adagio de kuise bijslaap.
De lichten van de glimwormen de bomen de nachtegaals bedrekt.
Ons sperma is violet. Gif.

Adagio hoho! Vluchten vallen van de ladders
springen over de kloven kruinen grijpen kruinen buigen snel
glijden zijgen nagels in mekaars bulten slaan
immer avllende gnomeladders
gnomeringen gnometrapezen op bloedbanen snellen
vluchten sneller vluchten tienduizend paardekracht vluchten.
Dageraad gif is de lucht de dageraad komt.
Dalen dalen. Het dal. Dalen dalen.
De wormen glimmen nog.
Touwen werpen touwen halen. Dalen. Vallen.
Weg weg weg.
De nachtegaal slaat nog.
Weg! Nek breken ribbekast breken phallus breken
de koolkloven
de diamantpassen
de schatten! de sterren zijn gedoofd
dood.

De laatste nachtelike vogel slaat.
Leven. Klokken kleppen over het woord. Onbezoedeld zijn.

Berlijn 15-17 mei 1919


Paul van Ostaijen, Bezette stad. Nagelaten Gedichten, ISBN 978 90 253 6778 7, p.157-159

 

 

Een reactie posten

Populaire posts