De Gramschap

dv2017-27 - 'wacht' - Collage - A4






 De gramschap

Ik weersta, want ik wil weigeren en woedend zijn.
Zo verdeel ik mijn dromen:
In feesten, in herinnering, in dwaasheid.
En ik, in een wereld die vernedert en vernielt
En ik en hemel en aarde, bezwangerd
Door de koorts van wat mijn koorts herhaalt.

Wacht. Zelfs het bloed is in ons gevorderd,
En het ochtendworden brengt de oostenwind,
De sprinkhaan terug.
Ver van de mens verneem ik van vroeger.

Ik word een dubbelganger, de naam van alles
Beschermd door een hand
Die doet huiveren en tot leven wekt.
Schaduwen zijn geweken,
De wanhoop huist boven de zon.
Ik sluit mijn ogen en kruis armen en benen.

Regenboog. Regenboog.
Na het derde geslacht het vierde, enzovoort.
En bij het breken van het graan
Bleek na de raaf, ook alle hoop verloren.

De dagen worden gezuiverd, wat aanstoot gaf
Werd verwijderd en onteerd. Sluimering en binding.
Dwaling. En het zal regenen en rond de puinen
Van deze dag, zullen andere puinen woekeren
En, herboren uit het leed
Zal alleen de waarheid onze kroon verdienen.


uit DE ACHT HOOFDZONDEN [1969-1970]

Hugues C. Pernath, Gedichten, ISBN 90-774-4171-9 p.264


over LYRIEK 


Een reactie posten

Populaire posts