achter de voorste letter van het eerste woord
begon die wonderwereld al, beweerde je. inderdaad
een merkwaardige tocht, die wij ondernamen, maar achteraf
beschouwd corny als schimmels in de kaas berijden.

hier schuilden wij - luwte na windhoos - in
het gedruppel van een vrij machteloze nachtelijke
taal, niet sappiger dan de ons toegevallen vrucht van
een zetfout die tevens het einde van de rit betekende:
mmm! wij zetten onze tandem in een appel.

en dan de verdere poëtische bezigheid: naar oud
gebruik - hoewel wat gegeneerd grinnikend - een knikker
naast de appel houden en het, letterlijk vertaald, een
dag noemen, en verder zien, maar nooit om woorden heen.

hooguit door de opening van een hier wel funktioneel O!
antiek kwastgat dat mij vermoeden doet je beter door een
plank te kunnen zien dan door die die (taal uitslaan)
o, precies zoals de regen ruiten anders maakt.


Jan G. Elburg, Streep Door De Rekening, Bezige Bij, Amsterdam, 1965, p.38



over LYRIEK
Een reactie posten

Populaire posts