ONTSTENTENIS

Ik was overstelpt met etgroen van mijn najeugd

Ik was de excentriciteit van de wederkerige gemeenschap
en de uitzondering op de regel van de reciprociteit
de uitvlucht van beslotenis en
het beroep op de maat der dingen

Ik reinigde mijn blik van te zien, ontsmette mijn oor van
te horen, kookte mijn tastzin uit, en delgde mijn
bewustzijn, tot thuiskomst koos ik mij ontstentenis
tot toekomst te zijn vergeten, tot herkomst uitwissing want

U, die Ik

is, die zich gevormd neerlaat in de dalende
zon van mijn jeugd, die het apostolaat van
mijn lichaam onthaalt als voleindigd
en die de missie van mijn vonk herroept
tot in de bazuin van mijn eenzang

was de novice van mijn lichaam



Kees Ouwens, Alle gedichten tot dusver, Meulenhoff 2003, ISBN 90 290 7090 0, p. 180
Een reactie posten

Populaire posts